& Ramadan Festival projectbureau hebben een GRATIS WORKSHOP ‘Handboek voor interculturele ontmoetingen’
De workshop, georganiseerd in samenwerking met de multiculturele vereniging Assadaaka, vond plaats op 31 oktober in de Meevaart, Balistraat 48 a in de Indische Buurt te Amsterdam van 19.00 uur tot 22.00 uur en stond onder leiding van Maartje van Lith en Pede Saya. Er was een pauze rond 20.30 uur.
Een workshop georganiseerd met betrekking tot 1 van de 5 stappen uit het handboek voor interculturele ontmoetingen.
In onze samenleving waarin zovele nationaliteiten samenwonen is omgang met mensen van niet Nederlandse oorsprong inmiddels een normale zaak geworden. Toch is er een onderscheid in omgang in de zin van ‘met elkaar samen moeten zijn’, zoals in het dagelijks leven bijvoorbeeld in werksituaties, op straat of in winkels enerzijds en anderzijds daadwerkelijk met elkaar in contact willen treden, vrijwillige omgang met elkaar hebben op basis van het erkennen van elkaars gelijkwaardigheid. Omdat het Ramadan Festival reeds vele jaren ervaring heeft met omgang en contact met allochtonen, zowel op praktisch gebied als op een meer theoretische benaderwijze heeft het de behoefte aan meer kennis en vaardigheden bij velen die beroepsmatig, vrijwillig of anderszins, met allochtonen omgaan, ervaren en onderkend. Hieruit is een handboek Interculturele Betrekkingen ontstaan waarin in een stappenplan van vijf stappen een aantal facetten van omgang en contact met allochtonen ter sprake komt. Aan de hand van de vijf stappen reikt het handboek handvatten aan, mogelijkheden om met interculturele contacten om te gaan, verschillende invalshoeken om hier tegenaan te kijken en geeft het mogelijke oplossingen voor situaties waar men mee in terecht kan komen.
Naast dit handboek is een workshop ontwikkeld, waarin de deelnemers het vijfstappenplan in de praktijk bekijken en toe gaan passen. In de workshop komt het eigen gedrag – dat soms in de loop van vele jaren tot stand gekomen is en bijna een tweede natuur geworden is, maar dat, onbewust, ook een negatief effect kan hebben op een goede verstandhouding en/of een verkeerde uitstraling kan hebben – ter sprake, in woord, maar ook in daad, waardoor deelnemers aan de workshop een groter inzicht krijgen. Vervolgens gaan zij kijken, onder leiding van de leiders, hoe zij een mogelijke gedragsverandering en verbetering kunnen bewerkstelligen en hoe zij interculturele ontmoetingen tegemoet kunnen treden.
Er bleken uiteindelijk meer mensen bij de workshop te komen dan zich aangemeld hadden. Mede daardoor was er niet voor iedereen een handboek beschikbaar. Wel was er voor iedereen een hand-out waarin het vijfstappenplan beschreven stond en de hand-out werd ook via een computer op een scherm geprojecteerd.
De workshop begon met een introductie van de deelnemers. De zelfintroductie had tot doel duidelijk te krijgen wat iemand kwam bréngen en wat iemand kwam hálen. De voorstelronde maakte duidelijk dat bijna iedereen wel op basis van werkzaamheden te maken had met mensen van verschillende culturele achtergronden en deze professionele ervaring kwam delen – brengen – met anderen. Er was ook één aanwezige die meldde dat zij zich voor de workshop opgegeven had omdat zij in haar woonomgeving veel te maken heeft met mensen uit verschillende culturen en graag meer zou willen weten over hoe zij met hen op een positieve en vruchtbare manier in contact kan treden.
Wat men kwam halen varieerde van het vergroten van het netwerk en het kennismaken met andere organisaties tot het vergroten van eigen expertise, het vergroten van inzicht en het komen tot nieuwe benaderingswijzen van de problematiek waar men in werk of dagelijks leven mee geconfronteerd wordt.
Na deze voorstelronde, die vrij lang heeft geduurd, kwam het vijfstappenplan ter sprake. Het vijfstappenplan is gebaseerd op vijf fases die een ontmoeting kan hebben. Deze vijf fases beginnen met totale onbekendheid en eindigen in een goede verstandhouding met elkaar. Lang niet iedere ontmoeting zal dus door deze vijf fases heengaan; sterker nog, de meeste ontmoetingen zullen niet veel verder komen dan stap 1.
Om één en ander duidelijker te maken volgen hieronder de vijf stappen:
1. Ontmoeting
2. Debat
3. Afstemming
4. Samenwerken
5. Elkaar helpen.
Stap 1 lijkt duidelijk genoeg: twee of meer mensen komen elkaar tegen en stellen zich aan elkaar voor. Zij geven elkaar enkele feiten over hun leven: hoe oud zijn zij, wat is hun (burgerlijke) staat, wat voor beroep/opleiding hebben zij, waar zijn zij geboren. Toch blijkt deze stap in de praktijk al ingewikkelder dan het zo lijkt. Het is namelijk van belang om te weten wat de basis is voor de ontmoeting. Is deze, zoals een aanwezige opmerkt, vrijwilligheid? Met andere woorden: vindt de ontmoeting plaats op basis van de wens om kennis met elkaar te maken. In dat geval is de kans van slagen van de ontmoeting en van het afleggen van alle vijf de stappen om te komen tot een volledige vorm van samenleven groter. Maar het is de vraag of dat ook het geval is; veel ontmoetingen tussen mensen zijn helemaal niet vrijwillig. Desalniettemin is het juist in dergelijke gevallen van groot belang dat men weet hoe men goed en effectief met elkaar om kan gaan.
Daarnaast is het ook van belang welke rol iemand speelt in de ontmoeting: is men daadwerkelijk degene die de ontmoeting aangaat, of is men niet meer dan de organisator van een ontmoeting die deze vanuit een buitenstaanderspositie registreert en regisseert?
Welk uitgangspunt er ook is bij het ontmoetingsproces, om over de eerste oppervlakkige ontmoeting heen te komen is stap 2 een belangrijke stap in het verdere proces van ontmoeting. Het was echter juist die stap die de nodige vragen en opmerkingen bij de deelnemers opriep: waarom zou men zo kort na een eerste of tweede ontmoeting al direct beginnen met een debat, dat tot doel heeft de verschilpunten tussen de twee of meer personen duidelijk naar voren te laten komen? Enkele aanwezigen voelden veel meer voor het ‘harmoniemodel’: laten wij in de eerste fase van kennismaking vooral kijken naar de dingen die ons binden eerder dan naar de dingen die ons scheiden. Anderen waren het hier weer niet mee eens: hoe eerder men de verschillen tussen elkaar kent – verschillen die op allerlei vlakken liggen: zij kunnen cultureel (bepaald) zijn, maar ook te maken hebben met persoonlijke smaken, met politieke voorkeuren en welke verschillen er nog meer te bedenken zijn. Een deelneemster merkte op dat haar ervaring is dat veel mensen bang zijn voor verschillen, maar dat juist het erkennen van die verschillen heel bevrijdend werkt.
Een heel concreet voorbeeld, dat bij interculturele ontmoetingen praktisch altijd een belangrijke rol speelt en zal spelen, is de taal. Dit punt zal hoe dan ook van één van beide partijen aanpassing betekenen: één van beide partijen zal een andere taal moeten leren.
De ontwikkelaars van het handboek voor interculturele ontmoeting gaat er in ieder geval van uit dat het belangrijk is in een vroeg stadium van de kennismaking te weten wat men aan elkaar heeft. Zij achten het onderkennen van verschillen daarbij van groot belang en gaan ervan uit dat het hebben van verschillen geenszins een belemmering hoeft te zijn voor het opbouwen van een goede relatie. Integendeel zelfs: juist het hebben van verschillen kan een extra dimensie geven aan een relatie en de basis vormen voor een verrijking van elkaars leven.
Uitgaande hiervan, het doorlopen van stap 2, komt men tot stap 3: Afstemming.
Nu men een redelijk beeld heeft van elkaars achtergrond, kunnen, willen en verschillen breekt het moment aan waarop men deze dingen op elkaar af kan gaan stemmen. Bij afstemming komt meteen een groot onzichtbaar probleem naar boven dat in de ontmoeting en het debat mogelijk nog niet goed onderkend is. Wat houdt afstemmen namelijk in? Afstemmen kan in de praktijk gauw gaan betekenen dat de éne partij zich aan de andere aan gaat passen. Met betrekking tot de taal is er sprake van een heel grote aanpassing, wanneer één van beide partijen in de ontmoeting de nationale taal van het land gaat leren, waarin hij verblijft. Om toch tot een zo zuiver mogelijke afstemming te komen, benadrukt Pede vooral van belang om voortdurend een veilige situatie te creëren waarbij de ander zich niet minderwaardig voelt. Een deelnemer merkt zelfs op dat hij naar aanleiding van zijn vele contact met Marokkanen zelf begonnen is aan een studie Marokkaans. In een dergelijk geval kan men weer meer spreken van afstemming en minder van aanpassing.
Het is niet de bedoeling in het kader van de beschrijving van deze workshop al te lang stil te staan bij een voorbeeld, hoe belangrijk dit voorbeeld dan ook in de praktijk voortdurend blijkt te zijn. Van belang is zich er rekenschap van te geven dat afstemming iets anders is dan aanpassing: de eerste komt van beide kanten, de tweede komt van één kant. Van belang is ook te onderkennen dat het doel van afstemming is het zoeken naar elkaars menselijkheid, naar die dingen die ons binden, niet de dingen die ons scheiden. Het is van groot belang te zorgen niet in de val van het ‘wij-zij’ denken te stappen. Pede legt uit wat het ‘wij-zij’ denken inhoudt: het is een, vaak ingewikkeld en onbewust, proces van toebedeelde identiteit, dat niet gebaseerd is op de realiteit, maar op de voorstelling die iemand zich maakt van die realiteit. Wij kennen er allemaal wel voorbeelden van, die in het allochtonendebat ook regelmatig te horen zijn. De standaard hierbij is altijd dat de eigen groep superieur is aan de andere groep. Het slechten van deze barrière is zo moeilijk, omdat zij op persoonlijk niveau moet plaatsvinden en dit vereist van iedereen de wil en de kunst om in de spiegel te kijken. Ook een dergelijk iets kan gemakkelijk in een praktijkgeval naar voren komen. Pede probeert dit door aan de aanwezigen te vragen wat zij zien wanneer ze naar hem kijken: een interessant moment, dat gemakkelijk een heel dagdeel had kunnen vullen.
In ieder geval is het afstemmingsproces een bewustwording van eigen identiteit en toebedeelde identiteit, waarbij ‘agency’ een belangrijke rol speelt; ‘agency’ is het zelf bepalen wie men is, wat iemands eigen identiteit is. Eén van de aanwezigen merkt op dat dit in een veilige omgeving moet gebeuren, een omgeving waarin mensen zich thuis voelen, maar dat roept dan direct de vraag bij hem op hoever je daarin kunt of moet gaan; waar ligt de grens tussen een situatie creëren waarin iemand zich veilig voelt en aanpassen aan de ander?
Wij gaan er nu van uit dat er afstemming tot stand gekomen is: nu kan de vierde fase van de interculturele betrekking ingegaan worden, de fase van samenwerking. Men heeft elkaar leren kennen en zich zowel rekenschap gegeven van de verschillen als van de overeenkomsten. Er is een stevige basis gelegd voor het kijken naar gemeenschappelijke doelen alsmede een basis voor hoe gezamenlijk te komen tot die doelen. Met andere woorden: de tijd van actie is nu aangebroken. Vrij snel komt een deelneemster dan met de opmerking dat zij zich goed kan vinden in de drie voorgaande stappen, maar dat het probleem bij de vierde stap veelal is dat het zo moeilijk is om mensen met een andere culturele achtergrond actief te krijgen. Zij wil graag weten hoe ze de zelfwerkzaamheid van deze mensen kan stimuleren. Dit is natuurlijk een punt dat heel goed in een praktijkgeval verder uitgewerkt kan worden en waarin met behulp van expertise van anderen naar een oplossing gezocht kan worden. Een andere aanwezige merkt op dat hij dit probleem ook van nabij kent door zijn werkzaamheden bij de GGZ, zij het dan van een andere kant. Hij merkt op dat het voor de GGZ heel moeilijk is om mensen met een andere culturele achtergrond die wel degelijk de GGZ nodig hebben, te bereiken en hij vraagt zich af hoe de GGZ deze mensen beter of zelfs überhaupt zou kunnen bereiken. Dit is een veel gehoord probleem, want alvorens stap 4 zelfs maar bereikt te hebben, moeten stap 1, 2 en 3 doorlopen zijn en die kan men pas doorlopen als men in ieder geval begint met stap 1, maar dat vereist al actie.
Als echter dit doel eenmaal bereikt is, dan is er een volgende stap in het proces van de interculturele ontmoetingen gezet. Samenwerking is, zo blijkt ook uit de ervaringen van de deelnemers, een heel belangrijk bindmiddel: het schept een krachtige band, wanneer mensen samen zich een doel stellen en dit vervolgens door gezamenlijke inspanning ook bereiken.
Wanneer doelen bereikt zijn en andere doelen die nog te bereiken zijn, duidelijk geworden zijn, dan is de laatste fase van de interculturele ontmoeting ingegaan, de fase van elkaar helpen, ook buiten georganiseerde verbanden om.
Na deze uiteenzetting, waarbij veel aanwezigen ook met eigen voorbeelden en praktijkervaringen gekomen zijn, komen talrijke andere voorbeelden en zaken aan bod. Naast de afstemmingsstap, waarbij de ‘taligheid’ ter sprake gekomen is, volgt ook de afstemmingsstap waarin religie een grote belemmering kan vormen. Een aanwezige die veel ervaring heeft met interreligieus beraad, noemt een aantal problemen waar hij tegenaan loopt in zijn werk. Hij heeft zich bij het bij elkaar brengen van een groot aantal organisaties, laten leiden door de dingen die hen bindt en niet door te kijken naar de verschillen. Pede zegt naar aanleiding van deze ervaring dat het vooral van belang is te kijken naar de successen: niet alleen te kijken naar wat er allemaal nog beter kan en moet, maar ook te kijken naar wat er allemaal al bereikt is.
Een andere aanwezige merkt aan de hand van de afstemming op dat hij zich ook afvraagt hoe ver je moet gaan. Pede zegt dat dat je dit eenvoudig in de hand kunt houden door je af te vragen waar je zelf tegen een grens aanloopt. Een andere aanwezige beaamt dit en zegt haar eigen grenzen altijd scherp in de gaten te houden.
Nu de avond op zijn einde loopt, wil Pede tot een voorlopige conclusie komen en een korte uiteenzetting geven voor het vervolg. Het is in ieder geval de bedoeling dat, voor zover nog niet gedaan, de aanwezigen minimaal twee interculturele activiteiten organiseren. Deze zullen dan geëvalueerd gaan worden in een vervolgzitting, een soort ‘evaluatievervolg’.
Over het algemeen is de stemming die van een lichte teleurstelling dat het, juist nu het levendig begint te worden, afgelopen is. Er is ook zeker meer dan stof genoeg om een tweede dagdeel te vullen. Een deelnemer vindt het jammer dat er vooral Nederlanders aan de discussie hebben bijgedragen. De Marokkaanse deelnemers hebben dit echter niet als zodanig ervaren en vinden het een geslaagde avond. Zij hebben de nodige ideeën opgedaan om thema-avonden te gaan organiseren. Pede tenslotte deelt evaluatieformulieren uit met het verzoek aan de deelnemers deze in te vullen. Dat hoeft niet direct, maar de deelnemers kunnen ze ook thuis invullen en dan opsturen. Wat zijn eigen evaluatie betreft, merkt hij op dat in de introductie ook Maartje en Pede zichzelf in het vervolg voor zullen stellen, maar zij hebben deze workshop nu voor de tweede keer georganiseerd en zijn zelf nog in een pilotfase.
De deelnemers zullen te zijner tijd op de hoogte gebracht worden van het evaluatievervolg. Duidelijk is dat de meesten hier nu al naar uitkijken.
Deelnemerslijst
M. Mahmoud
Wendy van Beeten
Peter Spruijt
Marianne Houben
Eddy Marsman
Pauline
Boudewijn Sittrop
Mahir Önel
Robert Smoor
Christi de Lange
Yousry Saad
Hendrik Makhankel
Sophie van Zinnick Bergman
Safka Overwel
Cor van Drongelen
Bahattin Ayd?n
Nisha Ramzan
De meeste mensen waren van Nederlandse afkomst, er waren twee mensen van Marokkaanse afkomst en twee mensen van Turkse afkomst.
Verslag: Erik Haan
De contactpersoon van Assadaaka is Ahmed El Mesri (voorzitter) 06-10112691.
Multiculturele vereniging Assadaaka
Deze vereniging zet zich al jaren in voor participatie, integratie en sociale cohesie.
.(JavaScript must be enabled to view this email address)
http://www.vriendschapassadaaka.web-log.nl
of
Caroline Huszti
Ramadan Festival projectbureau
Postbus 96099
1006 EB Amsterdam
tel: 020 408 49 59
fax:020 475 12 34
.(JavaScript must be enabled to view this email address)
http://www.ramadanfestival.nl





