VERSLAG gezellig samenzijn voor migranten met een handicap of chronische ziekte en hun families.
Vrijdagmiddag 10 oktober 2008
13.30 tot 16.30 uur
Majellakerk - Lombokstraat 2, (hoek Zeeburgerdijk)
Elkaar ontmoeten, ervaringen uitwisselen, lekker en gezond eten en drinken, met als thema’s:
• lotgenotencontacten
• schaamte
• zorg voor elkaar
• opvang door de omgeving
Verslag bijeenkomst Comité Onze Hoop met als thema’s: Contact tussen lotgenoten, schaamte, zorg en opvang voor en door elkaar. Plaats: Gerardus Majellakerk, Indische Buurt, Amsterdam. Datum: 10 oktober, tijd: 13.30-16.30uur.
Het comité Onze Hoop zet zich in voor de belangenbehartiging van migranten met een handicap. Mensen met een handicap die hen belemmert in het deelnemen aan de maatschappij, hebben het al moeilijk; mensen met een handicap die van niet Nederlandse afkomst zijn, hebben het vaak nog extra moeilijk. Omdat deze groep mensen met heel specifieke problemen te maken hebben, is het van belang dat er een organisatie is die zich met hun situatie bezighoudt. Comité Onze Hoop is zo’n organisatie.
Op 10 oktober vond een bijeenkomst plaats die het comité georganiseerd had met als thema’s: contact tussen lotgenoten, schaamte, zorg en opvang voor en door elkaar. Onze Hoop vindt het belangrijk dat mensen met vergelijkbare problemen met elkaar in contact treden, van elkaars bestaan weten en zich daardoor realiseren dat zij niet alleen zijn. Naast gesprekken met elkaar proberen aanwezigen op een bijeenkomst als van 10 oktober ook meer inzicht te krijgen in de situatie en ervaringen uit te wisselen over hun eigen, persoonlijke situatie en over de ervaringen die men heeft met de vele hulpverlenende instanties die er zijn, hoe men deze kan bereiken en hoe men ermee in contact kan treden.
De middag begint met een voorstelronde. Daarna neemt de voorzitter van het comité, de heer Ahmed El Mesri, het woord. Hij vertelt in het kort over de specifieke familiecultuur die bij veel migranten, met name van niet westerse herkomst, heerst en die het voor velen moeilijk maakt om over hun specifieke situatie te praten, bijvoorbeeld om redenen van schaamte, en zelfs van erkenning, waardoor de gang naar hulpverlenende instanties nog eens extra moeilijk is voor hen. Hij benadrukt dat het, hoewel de speciale aandacht van het comité zich richt op migranten, ook voor Nederlanders belangrijk is deel te nemen, omdat zij eveneens deel kunnen nemen in de weg die te gaan is naar participatie van deze groep bewoners.
Daarna geeft Ahmed het woord door aan de deelnemers van wie verschillende hun eigen verhaal hebben. Fatima, die zelf door haar werkzaamheden voor de SGOA, de Stichting Gehandicapten Overleg Amsterdam, en voor het comité, kent als Nederlandse met een allochtone achtergrond de situatie van verschillende kanten. Zij vertelt dat een handicap alleen al bij veel mensen een gevoel van schaamte met zich meebrengt, maar dat dit gevoel versterkt wordt door de wijze waarop de naaste familie hierop reageert. Familiebanden zijn bij veel niet Nederlanders zeer belangrijk en als een familielid een handicap heeft, dan wordt dit vaak gezien als een schande voor de hele familie. Erover spreken is nauwelijks mogelijk, ermee naar buiten gaan komt al helemaal niet ter sprake, waardoor het erg moeilijk is om hulp te zoeken in de toch al zo moeilijke wereld van hulpverlenende instanties, een probleem dat nog eens groter wordt omdat men vaak de taal niet goed beheerst.
Irene van Profor merkt op dat haar organisatie voor Mee (Amstel en Zaan) een training ontwikkeld heeft om contactpersonen op te leiden die een rol gaan spelen bij de hulpverlening aan migranten met een handicap. Zij zegt dat de situatie bekend is en dat organisaties ook veel doen om er beter mee om te leren gaan, maar dat er nog een lange weg te gaan is.
Zoe, een Benedictijnse non, vertelt dat er naast de fysieke toestand van mensen met een beperking, ook vaak sprake is van een beperking in het psychische welbevinden van iemand, met name wanneer iemand op latere leeftijd een beperking krijgt en niet meer die functies kan vervullen die hij altijd vervuld heeft en daardoor het gevoel kan krijgen afgeschreven te worden.
Aletta, een ervaringsdeskundige op het gebied van slechtziendheid en slechthorendheid, vertelt over de communicatieproblemen die zij ondervindt vanwege met name haar slechthorendheid. Ook dit kan tot een grote vereenzaming leiden. Een aanwezige merkt naar aanleiding hiervan op dat het een goed idee is om bij een volgende bijeenkomst een ringleiding te plaatsen.
Naar aanleiding van de schaamte, waarover al enige woorden gezegd zijn, vertelt Ahmed dat schaamte bijna altijd al voorkomt wanneer iemand een beperking heeft, maar dat dit bij niet Nederlanders vaak erger is, niet alleen vanuit de cultuur, maar voor een groot gedeelte ook uit onwetendheid. Het is volgens hem dan ook niet alleen belangrijk om tot een andere visie te komen op een beperking, maar ook om veel voorlichting te geven, voorlichting die zich zowel op de persoon met een beperking richt als op de omringende familie. Uit ervaring weet hij dat veel organisaties die zich bezighouden met deze mensen, veelal erg theoretisch gericht zijn en eigenlijk weinig weten van wat er in families en gezinnen gebeurt. Omdat mensen van niet Nederlandse afkomst die een beperking hebben nog eens extra het gevaar lopen om totaal uit het maatschappelijk leven te verdwijnen, is een betere afstemming tussen hulpverleners en hulpvragers van groot belang, zeker nu alleen maar een groei van hulpvragers in de komende jaren te verwachten is.
Inmiddels zijn er nog enkele deelnemers bij gekomen. Het gesprek komt via de specifieke migrantensituaties ook bij integratie. Ahmed vermeldt hierop dat hij liever spreekt van participatie, wat staat voor deelname aan de maatschappij en feitelijk een ruimer en minder stigmatiserend begrip is. De vraag in hoeverre sociale controle (bij migranten), een rol speelt in de boven geschetste problematiek wacht nog op een antwoord.
Nu een aantal problemen ter sprake gekomen is en er de nodige dingen gezegd zijn, is het tijd geworden om tot een afronding over te gaan. Vanzelfsprekend is het onmogelijk om in een dergelijke gespreksronde te komen tot kant en klare - theoretische - oplossingen en al helemaal niet tot één alomvattende praktische aanpak van de problematiek. Het is al een grote vooruitgang wanneer de situatie zichtbaarder wordt, meer in de aandacht komt en bespreekbaar wordt. Bijeenkomsten van Comité Onze Hoop zijn mede gericht op bekendheid vragen voor de speciale situaties waarin mensen met een beperking van niet Nederlandse afkomst zich bevinden. Wanneer mensen erachter komen dat zij niet de enigen zijn die zich in dergelijke soms schijnbaar uitzichtloze situaties, dan wordt het ook al makkelijker om erover te praten en hulp te zoeken, een eerste en zeer belangrijke stap naar weer volwaardig mens worden en deelnemen aan het maatschappelijk leven. De voorzitter dankt de aanwezigen voor hun inbreng en spreekt de hoop en verwachting uit dat er met deze bijeenkomst ook weer een bijdrage geleverd is aan het maken van een betere wereld.
Na de afsluiting van het officiële gedeelte is er nog alle gelegenheid om nader met elkaar kennis te maken onder het genot van een drankje en zelfs een lekker stokbroodje.
Voor meer informatie over Comité Onze Hoop kunt u contact opnemen met de voorzitter, de heer Ahmed El Mesri, op telefoonnummer 06 10112691 of via e-mail: .(JavaScript must be enabled to view this email address) Tevens kunt u de website raadplegen: http://www.comiteonzehoop.web-log.nl.
Comité Onze Hoop werkt samen met de multiculturele vereniging Assadaaka en met de Nederlandse Bond voor Oudere Migranten Actief, de NOMA.
Aan deze middag hebben verder het Amsterdamse Patiënten en Consumenten Platform (APCP), de SGOA medewerking verleend en MEE Amstel en Zaan.
Verslag: Erik Haan





