De 4 mei bijeenkomst begon gewoontegetrouw in de Meevaart met koffie en thee, maar daar was ik nog niet bij aanwezig.
Na de koffie ging men in stille tocht naar het Ceramplein waar ik mij later bij de rest voegde.
Het was heerlijk zacht weer, de bomen stonden in teergroene kleuren onder een strakblauwe hemel en het was plechtig stil op het plein tussen de muziek en toespraken door. Fatima Elatik van Stadsdeel Zeeburg hield een korte toespraak, er speelde een harmonieorkest met veel koperwerk, er was een meerstemmig gospelkoor en iemand speelde breekbaar mooi viool.
Ik zag veel blauw, politiemannen die aanwezig maar bescheiden op de achtergrond de wacht hielden. Toen de lichten aan gingen van het stiltemoment werd het echt stil, zo stil als ik het me alleen maar herinner van toen ik als klein meisje met mijn moeder naar het herdenkingsmonument bij ons in de buurt ging, lang geleden. Je hoorde dan de vogels zingen en soms hoorde je iemand snikken. Dat was nu niet, maar de stilte vond ik wel net zo indrukwekkend als toen.
Na het Wilhelmus deelden kinderen rozen uit aan het publiek. Ik legde mijn roos bij de vele andere bij het monument. Met Ahmed en Aletta liep ik terug naar de Meevaart, terwijl Aletta en ik dingen uitwisselden over de buurt waarin wij wonen. Zij vertelde dat er in IJburg (of moet je ‘op’ IJburg zeggen? Het is immers een eiland) geen moskee is, noch een kerk of synagoge. We praatten hierover door en opperden dat het een goed idee zou zijn als er een multispirituele ruimte zou komen: een plek waar alle religies sámen hun geloof kunnen belijden. Met aparte hoekjes wellicht en ook verschillende tijden, maar wel een plek die voor iedereen een spiritueel centrum zou kunnen zijn. Dàt zou nog eens integratie zijn! Ahmed beaamde dat ook.
Terug in de Meevaart opende Ahmed met een toespraak. Ondertussen begon Abdel, nu gekleed in een goudkleurig Marokkaans huispak met hoedje (een hoedje met een flapje van achteren! Leuk!), Marokkaanse thee in glaasjes te schenken en cake rond te delen.
Ahmed benadrukte in zijn toespraak de gevolgen van oorlog, van geweld. De pijn, de slachtoffers, de beroving van vrijheid. Hij haalde ook burgemeester Cohen van Amsterdam aan die tijdens de nagedachtenis aan de slachtoffers van Auschwitz onlangs nog zei:
‘Wij allemaal, wie we ook zijn en wat we ook zijn, of je al lang in Nederland bent of maar kort, wij allemaal mogen daarom niet onverschillig staan tegenover uitingen van haat jegens mensen die anders zijn, die een andere religie aanhangen, die niet tot dezelfde groep behoren.’
De burgemeester vertelde dat zelfs in het concentratiekamp er mensen waren die anderen hielpen, die zelfs in het kamp vasthielden aan de alledaagse moraal, de zorg voor de ander, en die daarmee de ontmenselijking tegengingen.
Ahmed sloot af met de volgende woorden: ‘Vandaag, dames en heren, bedenken wij dat zorg nog steeds nodig is. Als je dat begrijpt, ben je humaan en begrijp je waarom wij slachtoffers van geweld herdenken.
Ik geef graag het woord aan u om te horen wat oorlog voor u betekent en wie of wat u herdenkt.’
Hierop volgde een aantal persoonlijke verhalen van mensen die uit eigen ervaring spraken van tijdens of van net ná de oorlog. Mensen die leed hadden gezien en meegemaakt dat anderen, soms familieleden, werd aangedaan. Iemand probeerde duidelijk te maken dat een oorlog ook blind maakt voor welke ‘kant’ je staat: dezelfde gruweldaden die de ‘goede’ mensen werd aangedaan pasten diezelfde mensen later, na de oorlog, toe op bijvoorbeeld NSB-ers. Er werd verteld over klein persoonlijk leed en over de gevolgen van de oorlog op je kind-zijn. En hoe dat, soms generaties lang, wordt doorgegeven.
Er volgde een vraag wat vrijheid eigenlijk voor ieder betekent? Hier sloten Caroll en Marja op aan door hun persoonlijke visie te geven en over hun gevoel te vertellen over hoe er tegen lichamelijke beperkingen wordt aangekeken en wat dat met je doet.
De realiteit: hoewel Marja wel wilde blijven kon ze dat niet want ze moest naar de wc. en de toiletten in de Meevaart zijn niet toegankelijk voor haar en haar lotgenoten. Dit betekent voor mij een beperking, zei ze. Dit raakte de toehoorders wel.
Iemand anders vertelde dat hij lang geleden naar Nederland was gekomen uit Marokko en dat hij vond dat Nederland erg aan het veranderen is. Hij gaf als oorzaak de invloed vanuit Amerika op zowel onze economie als onze houding ten opzichte van ‘andere culturen’.
Ik zelf reageerde hier op door het verhaal terug te brengen naar de kleinere realiteit van met elkaar leven, als buren bijvoorbeeld. Dat het jammer is dat je soms niet met elkaar kunt spreken omdat de taal toch nog vaak een barrière vormt. En dat dat voor mij ook een van de redenen is waarom ik als Nederlandse taaldocent bij Assadaaka werk: om te helpen bij het kleiner maken van kloven, misschien, dat hoop ik, op mijn kleine manier, met mijn bijdrage. En dat ik dat doe van harte.
Hierna ontstond een verdere discussie over vrijheid en merkte een deelnemer aan het gesprek op dat je eigen vrijheid ophoudt waar de vrijheid van de ander belemmerd wordt.
Weer iemand anders sloot aan bij een opmerking van mij: dat als er te veel over grote politieke dingen wordt gesproken mensen hun interesse verliezen en zich afwenden of onverschillig worden. Houd het dicht bij huis en ga van daaruit verder.
Het was een boeiende avond, waarin zowel tegengestelde meningen als ook persoonlijke verhalen de ruimte kregen, een herdenkingsbijeenkomst waardig.
4 mei bijeenkomst 2008
door Lies Bierenbroodspot van Assadaaka





