Met mijn mp3-speler op, stond ik bij de schoenmaker in de Javastraat. Ik word op de schouders getikt door een hele grote man, die niet gezien heeft, dat ik niet versta wat hij zegt. Ik haal de dopjes uit mijn oren. “Jij bent toch die journalist… Wat vind jij er nou allemaal van?” “Eh nou, zie je hoeveel huizen er hier te koop staan?”, begin ik. “Ja en dat is nou precies wat ik bedoel! Amsterdam was een hippie-stad. Amsterdam was vrijheid. Ik hou van deze stad, je bent hier vrij maar dat Amsterdam van vroeger, dat is niet meer. Overal duiken de Jan-Willems op. En de Anne-Fleurs. Je ziet de stad veranderen.” Het scheelde niet veel of hij begon te huilen.
Ik ga niet in een straat wonen waar je 1100 euro moet betalen, voor een etage! Die mensen doen allemaal mee aan de rat race. We worden weggejaagd. Doordat overal koopwoningen komen. En de Partij van de Arbeid heeft het laten liggen.”
“Wat hadden die dan moeten doen?”
“Wat ze nu doen! Dat hadden ze dertig jaar geleden moeten doen. Ik heb de stad zien veranderen. Al die mensen die vroeger in Oost woonden. Die zitten nu allemaal in Noord. En in Purmerend en Almere. Echt waar, ik liep daar door de Dirk en ik dacht wat doen jullie allemaal hier?” Ze zijn allemaal gevlucht, ze wilden allemaal groter wonen. En nu willen ze weer terug. Want dat is wat de mensen willen. Dat de straat is aangeharkt en dat er nette mensen wonen. Maar teruggaan? Oh nee! Dat kan niet meer. Je komt er niet meer in. Een etage is veel te duur. Dit Amsterdam wordt een Manhattan. Voor de juppies.
” Wanneer is dit allemaal begonnen dan? ”
” In de jaren ‘90. Echt hoor, ik woon hier boven en ik zie ze komen. Ze komen helemaal niet op straat, maar gaan meteen vanuit de auto naar binnen. Ze komen hier alleen naar de Albert Heijn. Terwijl hij het zegt, parkeert er net een Anne-Fleur in een blauwe Fiat 500. Ze heeft een felrood pakje aan. De auto gaat vier keer heen en weer voordat ze staat ingeparkeerd, één meter van de stoeprand af. Een kwartiertje later komt ze terug met een Albert Heijntasje en rijdt weer weg.
Ik zeg je, Amsterdam wordt nooit meer zoals het was. En ik hou van deze stad. God weet hoeveel ik hou van deze stad. Maar ik laat me niet wegjagen! Ik blijf. Maar het zal nooit meer zo worden als het was.





