Ik zou naar een winterfeest. Iemand zou mij oppikken in Mechelen om vandaar naar Overijse te gaan. Daar zou ik logeren. Bepakt en bezakt had ik om 13:00 het huis verlaten. De schiphol-tunnel details zal ik u besparen. In elk geval was ik om 19:37, doodop en verkleumd in de tram 7 terug van het leidseplein naar huis. Ik had bij mij: Een grote tas met een slaapzak en een luchtbed. Een rugzak helemaal propvol met een fototoestel en tandenborstel en andere logeerspullen. In allebei de tassen had ik boodschappen gevrot. Die had ik net in de gauwigheid gehaald. Ik keek gelukkig naar de lichtjes bij de Dappermarkt. Hehe. Bijna thuis. Bijna…
Want toen ik net mijn chipkaart uit mijn jaszak had gehaald, zag ik ze. Overal op de halte stonden gele hesjes.
Een hesjes-mevrouw stapte als eerste in. “Goedendag, wij zijn bezig met een preventieve fouilleer-actie. Wij zouden u willen verzoeken de tram stil te willen zetten en alle deuren open te doen.”
De tram was bijna helemaal leeg dus stonden er algauw vijf gele hesjes om mij en mijn medereiziger heen. Ze sprongen op me af en ik zuchtte diep. Ik deed mijn tas open en haalde de bovenste dingen eruit, terwijl ik ze opnoemde. De rits ging nauwelijks open. Een scheurkalender… kerstragoutbakjes… Het doosje van de bakjes was opengegaan. De bladerdeegsnippers vlogen door de tram.
“Wat zit er allemaal in die tas? “, zei iemand, ik weet niet weer welk van de hesjes. “Mijn luchtbed, mijn slaapzak… “, somde ik op. “U hoeft hem niet helemaal uit te laden hoor”, zei de juffrouw die met mijn rugzak bezig was. “Geeft u maar hier.”
“Oh hier zitten alleen maar boodschappen in”, hoorde ik langs de andere kant. “Nee, er zit ook mijn luchtbed in en mijn slaapzak”. “Zou u even hier willen staan, dan hebben we meer ruimte… Heeft u nog scherpe voorwerpen voorwerpen in uw jas?” “Alleen een uzi in mijn anus, maar zo scherp is ‘tie niet. Hij zit eigenlijk wel lekker”
Nu ja, dat laatste dacht ik alleen maar. Als je zoiets hardop zegt, gaan ze nog controleren of het echt een grapje is. Want zo werkt dat met “vrijheid van meningsuiting” tegenwoordig.
“Nee, niet dat ik weet”, antwoordde ik de agente, te langzaam op haar vraag. Ik hield mijn handen omhoog en voelde haar handen van mijn oksels langzaam naar beneden glijden. En daarna weer langs mijn benen omhoog. Woepla. Als je zo lang hebt rondgestruind, hangt het kruis van je panty halverwege je knieën. Wat vervelend om dat zo te moeten merken.





