homeVoorpagina whoisWie zijn wij? penZelf schrijven boeiHelp pijlLog in penRegistreer

Interview met Ahmed El Mesri - Een stem tegen de hokjesgeest: Samen verder

Niet New York, maar Amsterdam is de stad met de meeste nationaliteiten ter wereld. Daarmee is Amsterdam naar eigen zeggen één van de kleurrijkste steden ter wereld. Uiteraard betekent dat ook dat er veel mensen met een handicap van niet-Nederlandse afkomst en kinderen met een handicap van migranten in Amsterdam wonen. Komen deze ouders en kinderen ook terecht bij de hulp- en ondersteuningsinstanties van en voor gehandicapten? We hebben deze vraag voorgelegd aan Ahmed El Mesri voorzitter van de multiculturele vereniging Assadaaka.

Vanwaar uw betrokkenheid bij mensen met een beperking?
Ahmed: ‘Als zestienjarige Marokkaanse jongen, avontuurlijk ingesteld, richtte ik mijn blik letterlijk op het Europese vaste land. Ik waagde de stap en via Spanje, Frankrijk en België kwam ik terecht in Amsterdam. Dat was midden jaren’70. Amsterdam was een bruisende stad waar ik vond wat ik zocht: openheid, tolerantie en solidariteit. Amsterdam is mijn thuisbasis geworden. Ik ben er gaan wonen en heb daar werk gevonden.
De grote ommekeer in mijn leven vond plaats toen ik ruim dertig jaar geleden als passagier betrokken raakte bij een auto-ongeluk waaraan ik flinke lichamelijke beperkingen overhield. Ik maak sindsdien gebruik van een elektrische rolstoel en ik ben aangewezen op hulp bij allerlei verrichtingen.
Vanaf toen zag ik de samenleving in een ander perspectief en ik werd me bewust van de achtergestelde positie van migranten met een beperking. Ik werd niet een keer buitengesloten, maar wel drie of vier keer: geen Nederlander, geen economische rol, zelfs geen gastarbeider meer en ook in eigen kring viel ik buiten de boot. Leven met een handicap was toen absoluut geen relevant thema in Marokkaanse kring. Ik kende zelf ook geen migranten met een handicap, ik voelde me de eerste en ik besloot vanuit mijn ervaring op te komen voor andere migranten met een handicap.’

Wat zijn de doelen van uw werk?
Ahmed: ‘Om te beginnen stel ik vast dat de groep migranten met beperkingen vanwege de vergrijzing steeds groter wordt. Voor deze zogenoemde eerste generatie migranten speelt de taalachterstand ook een rol bij het zoeken naar toegankelijke hulp. In algemenere zin signaleer ik dat migranten met een handicap sneller in een isolement terecht komen dan hun Nederlandse lotgenoten. Dat heeft te maken met beleving van gezondheid en handicap in de eigen gemeenschap (gehandicapten daar zorg je voor) en met het feit dat het zorg- en hulpverleningsaanbod niet afgestemd is op deze doelgroep.
Mijn belangrijkste doel is daarom werken aan integratie en participatie door te streven naar verbinding tussen migranten met een handicap en zonder handicap, tussen migranten met en handicap en mensen zonder handicap: alle mogelijke mengvormen. Ik werk niet alleen voor migranten, want we kunnen juist leren van ontmoetingen met wie dan ook. Met dat doel heb ik de organisatie Assadakaa opgericht. Assadaaka betekent vriendschap, eenheid en solidariteit. Assadaaka is een vereniging waar alle culturen bij elkaar kunnen komen. We organiseren tal van activiteiten en bijeenkomsten over velerlei maatschappelijke onderwerpen en thema’s, ook als ze gevoelig liggen. We gaan niets uit de weg, want hoe je het ook draait of keert, we moeten samen verder. Een paar voorbeelden: huiselijk geweld, oorlog en vrede, racisme, armoede, handicap & werkloosheid, homoseksualiteit, taalcursussen, kookgroep, enz., enz. Bij Assadakaa kun je meedoen met behoud van eigen identiteit op basis van respect voor de identiteit van de ander. En, het werkt!’

Is Assadaaka voldoende om, zoals u eerder vaststelde, geïsoleerde migranten met beperkingen te bereiken?
Ahmed: ‘Nee. Helaas moest ik vaststellen dat Assadaaka een groot aantal migranten met een handicap niet heeft bereikt. Vanuit de overtuiging dat ieder mens iets te bieden heeft aan de samenleving, heb ik daarom een aantal jaar geleden de organisatie Onze Hoop opgericht. Voor een groep migranten met een handicap geldt dat zij binnen het gezin goed verzorgd worden, maar ze participeren niet in de samenleving. Onze Hoop organiseert themabijeenkomsten, houdt spreekuren en ontmoetingsavonden voor deze migranten met een beperking. Ik krijg mensen op mijn spreekuur die vragen waar ze een tweedehandse rolstoel kunnen kopen. Ze weten niet dat de verzekering een nieuwe rolstoel vergoedt. De bestaande informatie bereikt hen niet. Wij bieden ontmoetingsplaatsen. Een eerste stap om weer een plaats in de samenleving te vinden, is het aangaan van lotgenotencontacten. Door ervaringen te horen, worden mensen gesterkt om zelf een stap te zetten, zelf hulp te gaan vragen en zich te realiseren dat ze rechten hebben. Onze Hoop is de brug tussen thuis en maatschappij. Bij Onze Hoop benaderen we mensen op individueel niveau omdat we ze anders niet uit hun isolement kunnen halen.’

Hoe komt het dat deze mensen met een beperking niet worden bereikt door de reguliere instellingen?
Ahmed: ‘Er is een aantal randvoorwaarden te noemen waaraan de hulpverlening moet voldoen om toegankelijk te zijn voor migranten. De hulpvrager moet in de eerste plaats diversiteit ontmoeten; het personeelsbestand moet divers zijn. Een tweede vereiste is dat de medewerkers kennis hebben van de doelgroep: cultuur, achtergrond, gebruiken en dergelijke. Een ander belangrijk punt is laagdrempeligheid. De Nederlandse samenleving is voor een groot deel gebaseerd op formele regels, afspraken, bureaucratische gebruiken. Migranten spreken die “taal” niet en als daarin aan de kant van het hulpaanbod niets verandert, bereiken zij de migranten met een handicap niet.’

Uw werk zal zo een, twee, drie niet overbodig zijn?
Ahmed: ‘Ik vrees van niet. Ik merk dat de veranderingen die wij nastreven langzaam verlopen en dat geldt zowel voor de verandering van houding binnen de migrantengemeenschappen als bij de hulpverleningsorganisaties. Daar staat tegenover dat ik geloof in de kracht van de verandering die in gang wordt gezet door individuen die zich sterker voelen vanwege hun eigen ervaring en dat met anderen delen. Ik geloof in het werk van Assadaaka en van Onze Hoop.’
BOSK Magazine 2 van 2010 door Jan Franssen

Gepost door Mesri
Cafe • (0) CommentaarPermalink



In verband met de hevige spamoverlast, is het lidmaatschap van deze site verplicht voor het geven van reacties. Klik op Registreer of de registreer-knop in het bovenste menu om u in te schrijven.

Onthoud mijn persoonlijke informatie

Mail me bij vervolg-commentaar


Terug naar de hoofdpagina

Zoeken


geavanceerd zoeken